Is het een ziekte?

Als je de spirituele aspecten van Deconstructie buiten beschouwing laat, lijkt het weinig meer dan een buitensporige, carcinomateuze vorm van consumentisme. De patiënt ervaart een constante drang om spullen te kopen die hij niet nodig heeft, om ze vervolgens grondig te vernietigen om ruimte voor nog meer te maken. Het is een niet te stillen honger, een dorst die nooit gelest kan worden. Als hij niet op jacht is om prooien te vangen, blijft de Deconstructionist binnen, achter gesloten gordijnen in de kerker die z’n huis is. Hij is een robotvampier, die zich voedt met schroeven, veren en elektronica.

Gelukkig lijkt de ziekte besmettelijk noch erfelijk, en richt de patiënt weinig schade aan, anders dan aan afgedankte machines, speeltjes en apparaten.