Is het een geloof?

(Lange deprimerende versie)

Ik ben niet bijzonder gelovig. Ik ben als katholiek opgevoed, maar liep al gauw de wetenschap tegen het lijf en die manier om de verwarrende wereld om me heen te interpreteren leek me veel bevredigender. Achteraf gezien moet ik erkennen dat de wetenschap me niet bijster gelukkig heeft gemaakt, maar dat had een god ook nooit voor elkaar gekregen. Ik zie m’n geloof in de wetenschap nu als een grote vergissing, maar zodra de wetenschap je meester is, wordt het hele idee van een god nogal mal. Ik zie niet echt een weg terug. Volgens de wetenschap is de beste theorie om een verschijnsel te verklaren altijd degene die het verklaart met de minste onbewezen aannames. En de aanname dat er een hoger wezen is dat ons universum regeert is niet alleen vergezocht, zo niet lachwekkend, maar ook onnodig, aangezien de wetenschap ook zonder die aanname heel aardig kan verklaren waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Nou ja, niet helemaal, maar we zijn er bijna.

Desalniettemin lijkt het erop dat we allemaal in iets ongrijpbaars moeten geloven ten einde niet te stikken in een vacuüm zonder enige zin. We moeten onszelf voor de gek houden en onszelf wijsmaken dat er ergens een zin is, op een of andere manier. Op z’n minst moeten we onszelf afleiden van het deprimerende besef dat we maar stuurloze machines zijn, enkel in staat om te doen waarvoor we zijn geprogrammeerd. Het is geen vrolijk universum, maar het is het mijne. En in veel opzichten is Deconstructie m’n geloof geworden. Als Deconstructie íets bewijst, is het wel dat het weinig uitmaakt waar je in gelooft, zolang je er maar in kan geloven. Zelfs het schijnbaar zinloze verzamelen van voorwerpen, ze uit elkaar halen en de onderdelen in een collage verwerken kan een doel zijn dat iemands leven de illusie van een zin geeft, ook al is die er niet echt. Dus ja, Deconstructie is een geloof. Het is mijn persoonlijke geloof, dat m’n leven zin geeft en me soms soort van gelukkig maakt.